Cijfers
Het algemene beeld van de hekserijvervolgingen is vaak
verkeerd. Wilde verhalen over een brandend Europa. Miljoenen onschuldige
vrouwen die allemaal genezeres, vroedvrouw, bewaarsters van eeuwenoude, geheime
kennis of oude, lelijke bedelaarsters waren. Vrouwen die als zondebok voor de
kerk of door de opkomst van de mannelijke geneesheren opgeofferd werden.
Volgens de meest redelijke schattingen zijn er in Europa
tussen 1450 en 1750 100.000 processen geweest die 40.000-50.000 terechtstellingen
hebben opgeleverd. Dus geen miljoenen slachtoffers, maar ook deze cijfers, en
met name de verhalen, waren schrikwekkend genoeg.

In Nederland waren er relatief weinig heksenverbrandingen.
Verdachten werden eerder voor toverij veroordeeld dan voor hekserij. In de 15e
eeuw werd toverij in de Nederlanden niet zwaar bestraft, meestal met een boete,
opsluiting of een bedevaart. Gerechtelijke zaken doken dan ook slechts
sporadisch op.
Pas aan het einde van de 16e eeuw vinden er meerdere
heksenprocessen plaats. Vooral de Zuidelijke Nederlanden werden door de
heksenwaan gegrepen. In 1595 vallen er meer dan dertig slachtoffers in Den
Bosch en Breda, in de Peel vallen vijftien slachtoffers en in Utrecht eindigen
twee volledige families op de brandstapel. In Roermond vond in 1613 een enorme
slachting plaats. 64 mensen vonden de dood.
De Noordelijke Nederlanden kenden relatief weinig
heksenvervolgingen (twee slachtoffers in Amsterdam) en de brandstapels
eindigden daar als een van de eersten in heel Europa aan het begin van de 17e
eeuw. De laatste ter dood veroordeelde ‘Hollandse’ heks was waarschijnlijk een
vrouw in Gorinchem in 1608.
Aan het eind van de 17e eeuw doofden ook de brandstapels in
de Zuidelijke Nederlanden. Naar schatting heeft de heksenwaan in de Nederlanden
aan tweehonderdvijftig mensen het leven gekost.