Home

Nieuws

Auteur

Publicaties

In de pers

Bestellen

Gastenboek

Contact

Historische achtergrond: wetgeving 

 

Intro

Samenvatting

Fragment

Feit of fictie

Achtergrond
hekserij
heksenhamer
wetgeving
cijfers
de 'heks'
oorzaak

Onrecht

Boekpresentatie

Recensies

In 1532 wordt hekserij ook in het wereldlijk strafrecht opgenomen. In de Carolina van Keizer Karel V staat dat personen die toverij plegen, gearresteerd en gefolterd mogen worden en gestraft volgens de ernst van de zaak. Ketterse heksen verdienden de brandstapel.
Met de Ordonnantie op de styl crimineel uit 1570 kwam er eenduidige wetgeving. De ordonnantie opteerde voor een veralgemening van de extra-ordinaire procedure om een snelle rechtsgang te verzekeren. De rechten van de verdediging werden enorm beperkt, omdat de bewijslast van ‘gedachtenmisdaden’ moeilijk was en hekserij de ernstigste misdaad denkbaar was, waren ongeoorloofde methodes gerechtvaardigd. De verdachte had geen recht op een advocaat, op een schriftelijk debat, geen mogelijkheid tot bezwaar maken tegen getuigen of recht op beroep. Ondervraging moest binnen 24 uur na de arrestatie plaatsvinden, tortuur was gerechtvaardigd zolang er geen permanente of zichtbare lichamelijke schade werd toegebracht. Voordat een bekentenis rechtsgeldig was, moest die na minimaal 24 uur buiten de folterkamer herhaald worden. De zogenaamde ‘vrijwillige bekentenis’.
Er werd een groot verschil gemaakt tussen toverij en hekserij. Pas als er toverij werd gepleegd in naam van de duivel, als de misdaden een demonologisch karakter hadden, was er sprake van hekserij. Om deze demonische betrekking te kunnen bewijzen was een bekentenis nodig. Zonder bekentenis geen vuurdood, dan werd de verdachte veroordeeld wegens toverij, waar veel mildere straffen voor stonden. De straffen varieerden van een boete, bidden om vergiffenis, een bedevaart, aan de schandpaal tentoongesteld worden, excommunicatie en inbeslagneming van alle goederen, tot lichamelijke bestraffingen als geseling, stokslagen, het doorsteken van de tong, brandmerking, hechtenis, dood door wurging of ophanging.
In 1592 werden alle gegevens uit kerkelijke en wereldlijke teksten geïntegreerd in de Ordonnantie van Filips II. Het hekserijdelict en de repressie ervan werden definitief beschreven. Het kwaad moest uitgeroeid worden…

 

Home

Vuurproef

Zilvernimf en andere bittere sprookjes

Bottenduider

in de schaduw van de Geselberg

Het gebroken zwaard

Verhalenbundels