De historische achtergrond van Vuurproef
Hekserij is een tijdloos verschijnsel. Heksen hebben de
menselijke fantasie altijd al geprikkeld, van de vroegste samenlevingen tot de
huidige, Westerse maatschappij waar de heks voorkomt als het archetypische
sprookjesfiguur, in verband gebracht wordt met zwarte magie en satanisme of
symbool staat voor de vrijgevochten, onafhankelijke vrouw: de witte heks.
Het beeld van de heks als boosaardig en gevaarlijk wezen in
vrijwillige dienst van de duivel ontwikkelt zich in Europa in de 12e en 13e
eeuw. In de 13e eeuw werd in kerkelijke kringen bevestigd dat magische
praktijken geen fantasieën waren, dat hekserij en toverij daadwerkelijk bestonden,
en werden strafmaatregelen strikter. De eerste daadwerkelijke
heksenvervolgingen vielen samen met kettervervolgingen.
Eind 15e eeuw begon de heksenwaan. In een bul uit 1484
verkondigt Paus Innocentius VII dat ‘al het onkruid der dwalingen’ geheel uitgeroeid
moet worden. Geloofsonderzoekers kregen de vrijheid om over te gaan tot
gevangenneming en bestraffing van overtreders, van welke stand ook.